Watercrassula belaagt de Baakse Beek: van vijverplantje tot groene invasie

Gepubliceerd op 4 juli 2021

Watercrassula is een snel oprukkende exotische plantensoort die inmiddels wijdverspreid is in het Baakse Beek gebied. De plant – die (nog steeds) te koop is als vijver- en aquariumplant – groeit op vochtige bodems en kan in korte tijd dichte matten vormen. Met name op kale bodems bestaat het risico dat watercrassula zich snel vermeerdert en dominant wordt. Zo krijgen de inheemse planten die in het gebied thuis horen geen kans meer om te groeien en de dichte vegetatie is ook problematisch voor het dierenleven. Ecoloog Bastiaan van Zuidam van Waterschap Rijn en IJssel heeft zich in het probleem verdiept. De gevolgen van de groene invasie voor het watersysteem in de Landgoederenzone blijken niet gering.  Het waterschap neemt maatregelen om te voorkomen dat watercrassula dominant wordt en afbreuk doet aan de natuurwaarde in het nieuwe watersysteem in de Landgoederenzone.

Het groene gevaar

Sinds 1950 is watercrassula een probleem in Europa. Dit kleine uit Australië afkomstige plantje kan snel een dichte begroeiing vormen, waardoor andere plantensoorten in de verdrukking raken. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat elke tien procent toename van de watercrassula bedekking resulteert in een vijf procent afname van inheemse vegetatie en dat er sprake is van een negatieve invloed op de waterfauna, zoals amfibieën- en insectensoorten. Bovendien kunnen watergangen verstopt raken door watercrassula. Bastiaan: ‘Dit verstopt raken gebeurt (nog) niet in ons gebied en als het wel zou gebeuren, dan zou dit worden verholpen door te maaien. Maar watercrassula kan inderdaad watergangen dichtgroeien en dit levert een ofwel een groter risico op wateroverlast ofwel het vereist een hogere maaifrequentie met bijkomende kosten.’ Belangrijk dus om te zorgen dat de watercrassula een halt wordt toegeroepen. Makkelijk is dit niet, want de soort verspreidt zich makkelijk. Een stukje stengel van slechts 3 mm kan tot nieuwe plant uitgroeien en is dus al genoeg om een nieuwe plek te besmetten.

watercrassula1

Maatregelen nodig

Bastiaan legt uit: ‘Watercrassula komt al langer voor in het Baakse beek gebied maar omdat daar al inheemse planten groeien, is de vegetatie minder kwetsbaar voor een invasie en is het risico dat watercrassula overheersend wordt kleiner. Tijdens de werkzaamheden van het watersysteemherstel in de Landgoederenzone Baakse Beek zullen kale vochtige bodems ontstaan omdat er grond wordt afgegraven ten behoeve van onder meer vochtige hooilanden en de nieuwe slenk.  Dat is de ideale omstandigheid voor een snelle groei van watercrassula. Als we geen voorzorgsmaatregelen nemen, bestaat het risico dat de watercrassula zich hier in sneltreinvaart gaat vermeerderen. Als dat gebeurt, wordt de vegetatie eentonig en komen de voorgenomen doelen voor waardevolle natte natuur in het geding. Daarom zijn maatregelen nodig om de opmars van dit groene gevaar te voorkomen.’

Mogelijke oplossingen

Om tot een oplossing te komen heeft het waterschap, samen met de provincie Gelderland en Arcadis, drie verschillende oplossingsrichtingen tegen elkaar afgewogen. Bastiaan: ‘Een optie is om het gebied te isoleren zodat watercrassula de nieuwe slenk niet bereikt. Maar dat is niet haalbaar omdat het projectgebied wordt aangesloten op de Baakse Beek en de exoot zich via het water kan verspreiden. Optie twee – de totale verwijdering van de watercrassula uit het gebied – is ook geen oplossing want de watercrassula is al verspreid in het hele stroomgebied van de Baakse Beek: verwijdering op zo’n grote schaal is zeer kostbaar en praktisch onmogelijk. De derde optie – stimuleren van inheemse begroeiing en uitstel van groei van de watercrassula -  is kansrijk en dat gaan we verder uitwerken.’

De derde en beste oplossing

Uit onderzoek is gebleken dat watercrassula onder controle kan worden gehouden door te zorgen voor een gesloten soortenrijke vegetatie van inheemse plantensoorten.  Daarbinnen kan watercrassula zich namelijk moeilijk vestigen en woekert hij ook minder. De enige kansrijke oplossingsrichting is dus het bevorderen van de gebiedseigen dichte vegetatie: dat betekent concreet het opbrengen van maaisel van nabijgelegen natuurterreinen en het planten van bomen. Daarnaast zijn maatregelen nodig om de vestiging van watercrassula zo lang en veel mogelijk uit te stellen. In praktijk betekent dit nogal wat voor de uitvoer van het project – het graven van een nieuwe meanderende slenk - op het ruim drie kilometer lange traject, dat voert over de landgoederen ’t Medler, Wientjesvoort en de Wiersse. Er moet met extra zorg worden gewerkt en bovendien wordt het project met drie jaren verlengd.

watercrassula2

Invloed op de uitvoering

De concrete maatregelen om de crassulabesmetting tegen te gaan zijn ingrijpend maar nodig, vertelt Bastiaan. ‘We moeten voorkomen dat watercrassula het projectgebied inkomt tijdens uitvoering van de werkzaamheden, door met schone machines als eerste werkzaamheden uit te voeren in de niet-besmette delen van het projectgebieden en daarna niet terug te keren op deze schoon opgeleverde locaties. Machines, materiaal en schoeisel moet schoongemaakt en ontsmet worden als die in besmette delen van het gebied of elders gebruikt zijn. Daarnaast moeten er actief inheemse soorten uit de directe omgeving op de kale afgegraven terreinen worden gezaaid en geplant. De nieuw gegraven slenk wordt in de eerste drie jaar na aanleg niet aangesloten op de Baakse Beek, zodat watercrassula nog niet via het water wordt aangevoerd en de inheemse vegetatie zich eerst kan vestigen. De verwachting is dat hier drie zomerseizoenen voor nodig zijn. De afgegraven delen worden regelmatig gecontroleerd op watercrassula en eventuele groei wordt volledig verwijderd. Na drie jaar – rond najaar 2025 - kan de slenk op de Baakse beek worden aangesloten. Er wordt een rooster geplaatst bij de instroom van de nieuwe slenk, om de toestroom van watercrassula te minimaliseren. Er kan geen 100% garantie worden gegeven, maar volgens ons is dit de aanpak met verreweg de meeste slagingskans.’


Watercrassula: een uitgebreide kennismaking

watercrassula3

Watercrassula (Crassula helmsii), ook wel waternaaldkruid genoemd, komt oorspronkelijk uit Australië en Nieuw-Zeeland. Het is een wintergroene oeverplant die tot een diepte van 2 meter onder water kan groeien. De plant heeft kleine vlezige, tegenover elkaar staande bladen. De stengel is kruipend tot rechtopgaand en meestal wit tot rood gekleurd. De witte tot zachtroze bloemen zijn klein en onopvallend. Gelijkende soorten zijn vetmuur (boven water) en sterrenkroos (onder water en drijvend). Watercrassula kan een zeer dichte vegetatie vormen op oevers en in voedselarme wateren en vormt zo drijvende matten die ervoor zorgen dat onderwaterplanten geen licht meer krijgen. Ook kunnen deze matten zorgen voor zuurstoftekort in het water.

Waar komt het voor?

Watercrassula komt vooral voor in en rond watergangen, ondiepe poelen en vennen. Hierdoor is het negatieve effect op recreatieve activiteiten (zwemmen, varen, hengelen) en op waterhuiskundige functies, zoals waterafvoer, beperkt. Watercrassula is de laatste jaren sterk toegenomen, door het hele land en met name in wateren op de hogere zandgronden en in het duingebied. De eerste waarneming in de Nederlandse natuur dateert uit 1995. Sinds 2019 komt watercrassula wijdverspreid in Nederland voor.

Wat is eraan te doen?

Het advies is overtollige planten van alle soorten waterplanten in de gft-container te deponeren. Niet in openbaar water gooien of verpoten, omdat watercrassula zich zal gaan verspreiden.

Bestrijding is lastig en leidt vaak alleen tot fragmentatie en verdere verspreiding. De plant moet zo volledig mogelijk worden verwijderd zonder resten achter te laten. Voorkomen van verdere verspreiding is de belangrijkste beheeroptie. Een goede reiniging van materiaal en schoeisel is belangrijk om verdere verspreiding tegen te gaan. Maar de allerbelangrijkste bestrijder van exoten (niet inheemse planten en dieren) is:  voorkomen is beter dan genezen!