Ecoloog Robert Ketelaar (Natuurmonumenten): Water moet in de spaarpot

Gepubliceerd op 28 september 2017

Robert Ketelaar is als ecoloog werkzaam bij Natuurmonumenten.  Zijn Vordense werkplek is te benijden: een fraai gerestaureerde  hoeve in het groen, met vogeltjes binnen gehoorsafstand.  ‘Dat gun ik iedereen: natuur thuis om de hoek in plaats van alleen in parken en natuurgebieden.’  Zijn visie over het waterrijke gebied  Baakse Beek Veengoot is helder: laten we investeren in de veerkracht van de natuur.

Foto-Robert-Ketelaar-bij-boerderij

Water op het maaiveld

Natuurmonumenten is vaak  een van de gesprekspartner van het waterschap aan tafel, als het gaat om projecten die zich afspelen rond watergangen en bronnen. Zo ook in het gebied Baakse
Beek Veengoot. ‘We hebben hier een aantal projecten met succes afgerond. Zo is enkele jaren geleden bijvoorbeeld een aantal percelen langs de Baakse Beek natuurlijk ingericht. Het effect is direct te zien: er bloeien nu  weer hondsviooltjes en grasklokjes.  En in de winter kan het water ongehinderd op het maaiveld blijven staan, het mag weer zichtbaar zijn in het landschap.  Er is onder andere een agrarisch bedrijf verplaatst om dit te bereiken, het is een gebiedsproces waaraan veel partijen hebben bijgedragen om een gezamenlijk doel te bereiken. Dat is: meer water vasthouden in de grond zodat overlast en droogte in het gebied beperkt worden en wateroverlast benedenstrooms vermindert.’

Het grote geheel

Het waterschap en Natuurmonumenten treffen elkaar sowieso vaak ,  want grondwatersystemen en oppervlaktewater zijn nauw met elkaar verweven. ‘En niet alleen op bepaalde projectlocaties, maar in het hele stroomgebied. Verander je iets op 1 plek, dan heeft dat gevolgen voor het hele beekdal. Vandaar dat je samen, met alle partijen, naar het grote geheel moet kijken. Zeker nu de klimaatverandering dringend om een omslag in denken en handelen vraagt, moeten we meer denken in landschappen en stroomgebieden dan in percelen en lokale projecten.  De nieuwste inzichten leren ons steeds beter waarop we moeten  inzetten.  Opschalen en gebiedsprocessen moeten de rode draad zijn, want op kleine schaal hebben maatregelen weinig zin meer.’

Samen de waterspaarpot vullen

Wat houdt die omslag precies in? ‘Water is van nature eigenlijk als een druk kleutertje, het moet soms buiten de oevers kunnen treden. De afgelopen 150 jaar werd water echter vooral als bedreiging en probleem gezien: het moest zo snel mogelijk worden afgevoerd en de beken werden aan banden gelegd. Maar de keerzijde openbaart zich nu, zeker nu de klimaatverandering andere weerspatronen tot gevolg heeft.  Elke zomer staan de Baakse Beek en Veengoot in de zomer droog. Onze waterspaarpot is leeg. Tegelijkertijd ontstaat na heftige regenval  vrij snel overlast omdat er te weinig plekken zijn waar we water tijdelijk kunnen bergen. We moeten water herwaarderen en juist als waardevol gaan zien,  de waterspaarpot vullen en die aanspreken in  drogere tijden.  Daarom worden nu maatregelen getroffen om meer water vast te houden op diverse locaties tussen Vorden en Hackfort, zodat overlast en droogte beperkt worden. Die spaarpot kunnen we trouwens  allemaal samen vullen: agrarische ondernemers, waterschap, wij, maar het kan ook thuis, door de tegels uit de eigen tuin te halen, zodat water weer vrij de grond in kan.’

Waardering voor natuur

De omslag geldt niet alleen voor het denken en handelen rondom water, ook de natuur heeft te maken met een herwaardering. ‘Mensen gaan eeuwenoude elementen als houtwallen, singels en poelen, graan op de essen en hooi in de dalen weer meer waarderen.  Tijdens gesprekken in het kader van de Graafschap 400 (Streekconferentie over het landschap in de Graafschap) kwam op tafel dat ‘boeren, burgers en buitenlui’ allen erg betrokken zijn bij het landschap en zich er zorgen over maken. Er zijn momenteel aantoonbaar minder bloemen, minder vlinders, minder vogels en het landschap is eenzijdiger en minder aantrekkelijk geworden.  Vanuit die bezorgdheid zijn inmiddels  twee werkgroepen ontstaan die oude boerenerven herstellen met oorspronkelijke beplanting en meer natuur willen realiseren.  Meer bloemen, vogels en vlinders maken de natuur robuuster, veerkrachtiger en aantrekkelijker en dat is goed voor iedereen.  Een biodiverse, gezonde bodem maakt de agrarische sector bovendien minder kwetsbaar.  Elke euro aan investering in het herstel van ecosystemen verdien je op allerlei manieren – in economische opbrengst maar ook in maatschappelijk welzijn – dubbel en dwars terug!’

Juiste functies op de juiste plek

Robert is er voorstander van om het landschap in te richten met mogelijkheden die passen: wat past waar het beste, dat moet de motivatie zijn.  ‘Hooggelegen gebieden hebben meer droogte en laag in het landschap blijft soms water staan. Dat is logisch en daar zou je meer gebruik van moeten maken in plaats van de natuur te manipuleren.  Vroeger leefden de boeren rond Hackfort meer met de natuur:  ze gebruikten grondwater uit het dekzand, rijk aan mineralen en kalk, voor hun akkers en het zure heidewater voerden ze af: ze hielden het gescheiden.  Met de komst van kunstmest en andere ontwikkelingen werd de inrichting maakbaar en raakte de natuur ondergeschikt. Mijn visie is dat we juist gebruik moeten maken van de natuur: daar liggen de beste en meest duurzame oplossingen. ‘

Samenwerking als formule

En niets hoeft elkaar te bijten, aldus Robert.’ Ik zie bijvoorbeeld meer raakvlakken dan tegenstellingen tussen landbouw en de natuur. Natuurgrasland als onderdeel van een agrarisch bedrijf lijkt soms ingewikkeld, maar biedt  ook enorme voordelen.  Natuurmonumenten werkt heel veel samen met boeren en met groot succes.’ Samenwerking is altijd de beste  formule, is de stellige overtuiging van Robert.  ‘Als duizend mensen elk een steentje in een vijver gooien, kun je de vijver dempen, in je eentje lukt dat niet. Samen zorg je ervoor dat iedereen er uiteindelijk beter van wordt en dat geeft energie. Samen kun je grote resultaten bereiken, dat lukt in het gebiedsproces Baakse Beek Veengoot aardig. Er ligt voor het waterschap nog wel een duidelijke uitdaging om het Achterhoeks ecosysteem klimaatproof te maken. Maar als dat lukt, dan worden wij een voorbeeld van een bredere aanpak van herstel van het ecosysteem, dat ook daadwerkelijk in de praktijk wordt uitgevoerd.  Als we met ons gezamenlijk succes straks anderen kunnen inspireren om ook te doen wat nodig is, dan is dat voor mij een droom die uitkomt.’