Geslaagd gebiedsproces Hallerlaak: ‘Alles zat mee!’

Gepubliceerd op 19 december 2018

In het gebied Hallerlaak - in de omgeving van de Vosheuvelstraat, Zelledijk en Beunkstege te Vorden – nam het waterschap, samen met de provincie Gelderland, maatregelen om het grondwater- en oppervlaktewaterpeil te verhogen, het landschap te herstellen en verdroging tegen te gaan. De ingrepen werden gebaseerd op een onderzoek dat in 2012 is uitgevoerd naar het gewenste grond- en oppervlaktewater-regime (GGOR) voor het gebied Lindese Laak - Hallerlaak. Inmiddels is de klus geklaard – oplevering was september 2018 - en kan de natuur weer haar gang gaan, mede dankzij de bewoners.

Hallerlaak2

Carlo Egging, projectleider vanuit het waterschap, vertelt: ’De verdroging en omvorming van landbouw naar natuur waren belangrijke redenen om aan de slag te gaan in het gebied. De Hallerlaak is lang geleden aangelegd voor de toelevering van water en gewenste bevloeiing. In de loop der tijden vonden ruilverkavelingen plaats en werd de Hallerlaak afgetakt en richting de Veengoot geleid en verdiept. Die ingrepen waren destijds gunstig voor de landbouw maar ongewild hadden ze verdroging tot gevolg. De situatie vroeg om aanpassingen. Het gebied was tot voor kort in agrarisch gebruik, waarbij de Hallerlaak rechtlijnig door het land liep. Nu maakt het deel uit van het Gelders Natuur Netwerk van de provincie Gelderland. Een natuurlijker uitstraling, een kronkelende beek, herstel van cultuurhistorische hoogteverschillen stonden al langer op de verlanglijst, zodat het gebied ook weer dichter bij de natuur zou komen. Nu is dat allemaal gerealiseerd.’

Gezamenlijk gebiedsproces

Gesprekken werden gevoerd met de betrokken grondeigenaren en gronden zijn door de voormalige Dienst Landelijk Gebied aangekocht ten behoeve van de functiewisseling naar natuur. In 2016 nam het waterschap het stokje over om het plan in opdracht van de provincie verder voor te bereiden en uit te voeren. Het waterschap organiseerde gebieds-bijeenkomsten over de voorgenomen plannen en dat was maar goed ook, vertelt Carlo. ’Bewoners in het gebied waarschuwden ons voor problemen met de waterafvoer, toen we de eerste plannen aan hen voorlegden. Daarop hebben we in de ontwerpfase al kunnen anticiperen en betere oplossingen bedacht. Dankzij de alerte reacties van de bewoners hebben we werkzaamheden kunnen meenemen en combineren, waarvan zowel de landbouw als de natuur profiteren. Zo is de afwatering in de bestaande Hallerlaak verbeterd door zand te verwijderen en duikers te verbeteren: dat is belangrijk voor de agrariërs. Sommige landbouwpercelen zijn proactief opgehoogd en binnen het natuurterrein zijn met terreinbeherende organisaties afspraken gemaakt over delen ie kunnen overstromen, alles in samenspraak met het gebied.’

Natuurlijke uitstraling

Carlo licht de uitgevoerde werkzaamheden toe: ’We herstelden cultuurhistorische hoogteverschillen in het landschap door afgraven en ophogen. Alle afgegraven grond is weer binnen het gebied verwerkt, deels op lage landbouwpercelen. Om het grondwater- en oppervlaktewaterpeil te verhogen, dempten we een deel van de kavelslootjes en maakten we de Hallerlaak minder diep. We hebben de aftakking opnieuw verbonden met de Hallerlaak. Er zijn drie stuwen geplaatst om het water in het voorjaar langer vast te houden. Een knijpstuw zorgt nu dat de oorspronkelijke bevloeiing weer terug in het landschap komt. Er zijn, voor de werkzaamheden begonnen, peilbuizen geplaatst om de effecten op het grondwaterwaterpeil in het gebied op de voet te kunnen volgen. As waterschap houden we nog vijf jaar de peilen bij, die voor iedereen te volgen zijn op onze site.’ http://waterdata.wrij.nl)

Succesvol resultaat

Het projectteam blikt tevreden terug op het proces en is blij met wat bereikt is. Carlo: ’Zo’n 24 hectare grond is op de kop gezet en met een prachtig resultaat. Je ziet de natuurlijke glooiing weer terug in het landschap: het maaiveld rond de beek is verlaagd zodat de vegetatie daar meer kans krijgt en er is zand op de koppen gebracht. In de aftakking is een voorde (doorwaadbare plaats) aangebracht in plaats van een duiker: dat oogt mooier en natuurlijker. Het aanliggende rabatbos hoort nu ook weer duidelijk bij de beek, met de wortels in het water. Het natuurterrein wordt, nu ons werk er op zit, door de provincie onderhouden worden, die de grond t.z.t. (waarschijnlijk vanaf 2020) verkoopt. Dan zal een nieuwe eigenaar die verantwoordelijkheid oppakken. Het waterschap onderhoudt de Hallerlaak. Er zijn inmiddels terreindelen ingezaaid met een bloemrijk mengsel. In het voorjaar staat er een uitbundige bloemenpracht daar, dus komt dat zien!’