Sturen op Structuren in stroomgebied Baakse Beek

Gepubliceerd op 14 september 2018

In het stroomgebied van de Baakse Beek onderzoeken provincie en waterschap, samen met betrokken partijen en land(goed)eigenaren, de mogelijkheden van een integraal gebiedsproces en watersysteemontwikkeling. Om de gezamenlijke plannen concreet te maken en uiteindelijk te realiseren, is gedegen kennis en ervaring aan de voorkant een onmisbare basis. Een nieuwe aanpak daarin is de zogenaamde geotechnische benadering. Louis Lansink (adviseur watersysteem Waterschap Rijn en IJssel) onderneemt, samen met landschapsarchitect Marjolein Hillege, een boeiende ontdekkingsreis naar het oorspronkelijke landschap en het watersysteem in het stroomgebied van de Baakse Beek.

Verborgen voor het oog

Meestal wordt bij een analyse van een gebied vooral gekeken naar het landschap dat zichtbaar is. Veel daarvan is ingericht door de mens. Bij geotechniek kijkt men naar de (onder)grond van een gebied: dat wat onzichtbaar is voor het menselijk oog en waarvan het bestaan niet eens wordt vermoed. Louis onderzoekt de verborgen lagen en structuren in de bodem en kan daarmee het watersysteem in zijn meest natuurlijke vorm reconstrueren. Louis: ´Belangrijk bij dit onderzoek is om de eigenschappen van het oorspronkelijke watersysteem, en de (bodem)processen die hierin een rol hebben gespeeld, te achterhalen. Het is een stap terug in de tijd met als doel om bewust een stap voorwaarts te kunnen maken. Het is weten of je een watersysteem bij de kop of de staart te pakken hebt, weten van zijn oorspronkelijke eigenschappen en karakteristieken. Weet hebben van oude stroomgeulen en stroomruggen. Het is vooral heel veel willen weten om aan de voorkant bewuste keuzes te kunnen maken bij de verschillende inrichtingsvraagstukken.´

Meer dat verbindt dan scheidt

Louis: ´Natuurlijke (bodem)processen zijn eeuwenlang verdrongen door een cultuurtechnische inrichting van ons landschap: het menselijk ingrijpen. Door grootschalige ruilverkaveling verdween veel van het oorspronkelijke landschap onder de noemer van: alles is maakbaar. Dat heeft zijn keerzijde. Tegenwoordig kijken we heel anders naar een inrichting van het gebied: niet langer in gescheiden functies van natuur, landbouw, water of recreatie maar integraal. Want in het landelijke gebied is er meer dat ons samen bindt dan dat ons scheidt. En hoe dichter we blijven bij het oorspronkelijk functioneren van een systeem met zo weinig mogelijk kunstwerken, hoe veerkrachtiger het is en met aanmerkelijk minder regulier onderhoud. Een dergelijk systeem kan tegen een stootje, is duurzaam en kostenbesparend. Door zijn natuurlijk vermogen redt het systeem zich grotendeels zelf. ´

Landgoederenkrant - Louis Lansink2

Verrassingen in de bodem

Bodemonderzoek oftewel bodemkartering is het in kaart brengen en classificeren van de verschillende bodemtypen. Door grondboringen worden lagen bekeken en beoordeeld op kleur, textuur, leemgehalte maar ook op grondwaterfluctuaties en of iets zand, veen of klei is. Regelmatig dienen er zich verrassingen aan in de bodem. Louis: ´Door het oorspronkelijke watersysteem te herontdekken, zie je ineens de link met in eerste instantie ogenschijnlijk geïsoleerde structuren. Zo begrijp je het ontstaan van het landschap en de ontwikkeling die het heeft doorgemaakt. Kastelen, buitenplaatsen, watermolens, bruggen en voorden ontstonden op destijds cruciale plekken. Vaak op knooppunten van wegen of doorwaadbare plaatsen in beken, die soms in een ver verleden al zijn verlegd of gedempt.´

Omgekeerde landschappen

Oorspronkelijk was er aanmerkelijk meer reliëf in het gebied, vertelt Louis. Door afgraving werden hoge dekzandruggen in de laagte gebracht. Verlaten beekdalen werden dichtgeschoven en toegevoegd aan de landbouwpercelen. Louis:´ De watergangen zoals wij ze nu kennen, zijn vaak meerdere keren verlegd en gebundeld tot grote A-watergangen, nog eens verdiept, verbreed, afgekoppeld of aangekoppeld en verder gekanaliseerd. De huidige, soms diepe, sloten ondermijnen de groei van vooral grondwater gerelateerde flora en fauna. De sponswerking van hele stroomgebieden is hierdoor grotendeels verloren gegaan. Nu loopt er juist te veel water weg uit het gebied en is vooral het water vasthouden en voorkomen van droogte de uitdaging.’

Nieuwe knoppen om aan te draaien

Alle ontdekkingen die gedaan worden, vertaalt Louis naar klare taal en Marjolein in boeiende kaarten. Met die informatie bij de hand gaat Louis in gesprek met o.a. de (agrarische) ondernemers en landgoedeigenaren. ‘Ik toon dan de oorspronkelijke waarden en potenties en hoe die toepasbaar zijn in het gebied. Vaak zie ik dan eerst schrik, gevolgd door herkenning en bewustwording en dan ontstaat het begrip en de bereidheid om mee te denken over herinrichting. Vroeger werd graan op de hoge kampen en essen verbouwd en groeide gras in het beekdal. Nu staat dat te droog op de hoge enk en mais te nat in het beekdal, omdat we het omgekeerde doen en ingaan tegen de natuurlijke werking van het (water)systeem. Het huidige beleid is er op gebaseerd dat het watersysteem de functie volgt. Het is logischer dat andersom in te steken zodat het natuurlijke watersysteem leidend is. Nu we dat weten, kunnen we ervoor kiezen om aan andere knoppen te draaien. We kunnen gebruik maken van de natuurlijke mogelijkheden en nieuwe combinaties bedenken die voor alle partijen kansen opleveren.´

Geotechnisch inrichtingsvoorstel

Naast het concrete onderzoek in het gebied worden ook de mogelijkheden van het gebied – toetsing van technische haalbaarheid, onderhoud en beheer - in adviezen en rapportages meegenomen. Daaruit volgt een geotechnisch inrichtingsvoorstel. Het geotechnisch onderzoek dient, samen met de klassieke analyse en modellering, als basis voor overleg met de inwoners en partijen en wordt naast hun wensen en zorgen gelegd. Zo kan de herinrichting, inclusief kansen en knelpunten, zo zorgvuldig mogelijk worden gewogen en afgestemd. Louis: ‘Het zou mooi zijn als we allemaal naar rato en gezamenlijk zouden kunnen bijdragen aan een robuuste herinrichting. Een die klimaatpieken kan ondervangen, met een beeksysteem dat werkt als een spons en waarin we de relatie tussen bodem en gebruik kunnen herstellen. Dat betekent bijvoorbeeld voordes aanleggen in plaats van duikers, geen stuwen maar vistrappen of drempels en de verschillende functies alleen op die plekken toestaan , waar het potenties heeft. Ingrepen moeten altijd bedoeld zijn om het totale systeem te optimaliseren, niet ondermijnend maar elkaar versterkend.´


Landgoederenkrant - Louis Lansink

Louis Lansink (adviseur watersysteem Waterschap Rijn en IJssel) samen met landschapsarchitect Marjolein Hillege.